15.07.15 Water is een belangrijke factor voor goede productieresultaten

Water is het belangrijkste voedingsmiddel bij pluimvee. Het speelt een rol bij het regelen van de lichaamstemperatuur, bij de vertering en is een belangrijk onderdeel van lichaamsweefsels en eieren. Onvoldoende water of onvoldoende kwaliteit van het water zal een negatief effect hebben op de productie. Daarom heeft het Proefbedrijf Pluimveehouderij de bestaande literatuur gebundeld voor de pluimveehouder. Zo zorgen we samen voor een optimaal watermanagement.

Een kip drinkt ongeveer 1,6 tot 1,8 keer meer dan ze eet. Een vleeskip heeft zo ongeveer 3 liter water per kg groei nodig. De dagelijkse waterbehoefte is wel afhankelijk van het ras, soort voer, omgevingstemperatuur, lengte van de dorstperiode, lichtprogramma, type drinksysteem, enz. De dagelijkse opgenomen hoeveelheid drinkwater is een goede indicator voor de gezondheid van de dieren. Daarnaast wordt water ook gebruikt om vaccins en medicatie te geven en om de stallen te reinigen en eventueel af te koelen.

In de pluimveestal speelt de kwaliteit van het water een belangrijke rol. Jonge vleeskuikens zijn immers zeer gevoelig. Elke afwijking in de waterkwaliteit kan een onmiddellijke invloed hebben op hun verdere groei. Bovendien is de kans op een slechte waterkwaliteit het grootst in een stal met jonge vleeskuikens: het waterverbruik ligt er nog laag en de temperatuur is er hoog (meer dan 30°C). Bijgevolg zijn de drinklijnen een broeihaard voor micro-organismen en biofilm, zelfs als het water aan de bron van goede kwaliteit is. Ook bij leghennen zien we dezelfde bedreigingen voor de waterkwaliteit. Al komen deze eerder sluimerend voor door de lagere temperatuur maar langere rondes. Daarnaast wordt water ook gebruikt als oplosmiddel voor geneesmiddelen en vaccins. Hier heeft de waterkwaliteit een invloed op de oplosbaarheid en activiteit. Kortom, er zijn verschillende redenen waarom de pluimveehouder best rekening houdt met de waterkwaliteit.

 

Kiezen voor grondwater of leidingwater? 

Veel pluimveehouders kiezen voor grondwater als voornaamste waterbron. Leidingwater is immers duur en niet elk pluimveebedrijf heeft de mogelijkheid om zich aan te sluiten op het openbaar leidingwaternet. Daarom is slechts een vijfde van het verbruik afkomstig van leidingwater en een minderheid uit de opvang van hemelwater, oppervlaktewater of ander water zoals recuperatiewater.

‘Grondwater is de voornaamste waterbron bij pluimveehouders’

De keuze voor grondwater heeft echter gevolgen voor de omgeving. Zo zien we in bepaalde regio’s een daling van het grondwaterpeil. Dit zorgt voor een beperking van het afleveren van vergunningen met bovendien een beperkte vergunningstermijn voor het oppompen van diep grondwater. Het Proefbedrijf Pluimveehouderij raadt dan ook aan om rationeel en duurzaam om te springen met water. Daarnaast wordt het ook steeds belangrijker om te kijken naar alternatieve waterwinningen zoals hemelwater en open putwater, bijvoorbeeld als reinigingswater. Je moet er wel rekening mee houden dat deze waterbronnen meestal een slechtere waterkwaliteit hebben dan grond- en leidingwater. De pluimveehouder zal dit water moeten behandelen alvorens te gebruiken in zijn stal. De kosten hiervan zijn afhankelijk van de waterkwaliteit en de situatie op het bedrijf.

water-pluimvee-hooibeekhoeve_gevilt.jpg

 

Kwaliteitsvol water op de leiding 

Kiezen voor kwaliteitsvol water is kiezen voor helder, geurloos en kleurloos water. Wordt het gebruikt als drinkwater? Dan moet het ook smakelijk zijn en mag het geen schadelijke stoffen of verontreinigingen bevatten. Verontreinigingen kunnen immers via het vlees of de eieren een risico vormen voor de voedselveiligheid.

‘Tap zelf water af om de kwaliteit te controleren’

Het Proefbedrijf Pluimveehouderij raadt pluimveehouders aan om zelf de waterkwaliteit in het oog te houden. Dit kan snel en eenvoudig door het aftappen van water aan het begin en einde van de drinklijn. De kwaliteit aan de bron en aan het einde van het drinksysteem blijkt immers in de praktijk vaak verschillend. Laat nadien het water 30 minuten rusten zodat je eventueel bezinksel kan beoordelen. Let op geur, kleur, helderheid en bezinksel. Indien hier afwijkingen zijn, laat je de waterkwaliteit best verder onderzoeken.

 

Waterbehandeling

Bij goed management hoort drinkwater van een goede kwaliteit. Die is niet alleen afhankelijk van de kwaliteit van het inkomende water, maar ook van dat in de leidingen. De waterkwaliteit aan de bron en die aan de drinknippel liggen vaak ver uit elkaar. Beide moeten regelmatig gecontroleerd en aangepast worden.

pluimvee-water_hooibeek_gevilt.jpg

 

Waterkwaliteit inkomend water

Kijk eerst de waterkwaliteit aan de bron na. Indien de chemische of fysische waterkwaliteit niet beantwoordt aan de eisen, kun je een waterbehandeling overwegen. Voor leidingwater en diep grondwater zal in sommige gevallen ontharding of ontijzering nodig zijn. Ondiep grondwater, hemelwater en oppervlaktewater moet je behandelen alvorens je het inzet als drinkwater voor kippen. Verschillende producten en technieken zijn mogelijk voor de ontsmetting van water waaronder chloor, chloordioxide, waterstofperoxide, elektrolyse, UV-straling, hittebehandeling, ozonisatie, omgekeerde osmose. Welke technieken nodig en mogelijk zijn, moet per bedrijf bekeken worden.
Reinigen/ontsmetten leidingen

Het is belangrijk dat de waterkwaliteit ook nog aan het einde van de leidingen goed blijft zodat alle dieren water van voldoende kwaliteit te drinken krijgen. In de leidingen kan namelijk een biofilm ontstaan die kan zorgen voor een hoog aantal bacteriën, schimmels en gisten en voor verstopping van de nippels.

Onderzoekster Nathalie Sleeckx: “Elke pluimveehouder waakt het best zelf over zijn waterkwaliteit. Dit doe je door leidingen regelmatig te spoelen, een waterbehandeling uit te voeren tijdens de ronde en een agressieve behandeling op te starten na de leegstand. De producten die je hiervoor kunt gebruiken zijn chloor, chloordioxide, waterstofperoxide, organische zuren, koperzilverionisatie, ozon, combinatiepreparaten, enz. De werking van vele producten is wel afhankelijk van de pH, temperatuur en/of hardheid van het water. Om de biofilm te verwijderen, kun je de chemische producten combineren met een pulseerapparaat of ultrasone trillingen. Al deze behandelingen zijn uiteraard niet kosteloos. Maak daarom met je dierenarts de juiste afweging tussen het beperken van ziektenrisico’s, de situatie op jouw bedrijf en de behandelingskost.”  

Bron: Proefbedrijf Pluimveehouderij