» Nieuwsoverzicht

Blijf op de hoogte van ons bedrijf en onze activiteiten.

16.10.17 Verkoopsvoorwaarden

voeders huys factuur 2017 HR3

12.01.17 Collega’s gezocht

Interesse, open vlug onderstaande link

VoedersHuysA3

15.07.15 Water is een belangrijke factor voor goede productieresultaten

Water is het belangrijkste voedingsmiddel bij pluimvee. Het speelt een rol bij het regelen van de lichaamstemperatuur, bij de vertering en is een belangrijk onderdeel van lichaamsweefsels en eieren. Onvoldoende water of onvoldoende kwaliteit van het water zal een negatief effect hebben op de productie. Daarom heeft het Proefbedrijf Pluimveehouderij de bestaande literatuur gebundeld voor de pluimveehouder. Zo zorgen we samen voor een optimaal watermanagement.

Een kip drinkt ongeveer 1,6 tot 1,8 keer meer dan ze eet. Een vleeskip heeft zo ongeveer 3 liter water per kg groei nodig. De dagelijkse waterbehoefte is wel afhankelijk van het ras, soort voer, omgevingstemperatuur, lengte van de dorstperiode, lichtprogramma, type drinksysteem, enz. De dagelijkse opgenomen hoeveelheid drinkwater is een goede indicator voor de gezondheid van de dieren. Daarnaast wordt water ook gebruikt om vaccins en medicatie te geven en om de stallen te reinigen en eventueel af te koelen.

In de pluimveestal speelt de kwaliteit van het water een belangrijke rol. Jonge vleeskuikens zijn immers zeer gevoelig. Elke afwijking in de waterkwaliteit kan een onmiddellijke invloed hebben op hun verdere groei. Bovendien is de kans op een slechte waterkwaliteit het grootst in een stal met jonge vleeskuikens: het waterverbruik ligt er nog laag en de temperatuur is er hoog (meer dan 30°C). Bijgevolg zijn de drinklijnen een broeihaard voor micro-organismen en biofilm, zelfs als het water aan de bron van goede kwaliteit is. Ook bij leghennen zien we dezelfde bedreigingen voor de waterkwaliteit. Al komen deze eerder sluimerend voor door de lagere temperatuur maar langere rondes. Daarnaast wordt water ook gebruikt als oplosmiddel voor geneesmiddelen en vaccins. Hier heeft de waterkwaliteit een invloed op de oplosbaarheid en activiteit. Kortom, er zijn verschillende redenen waarom de pluimveehouder best rekening houdt met de waterkwaliteit.

 

Kiezen voor grondwater of leidingwater? 

Veel pluimveehouders kiezen voor grondwater als voornaamste waterbron. Leidingwater is immers duur en niet elk pluimveebedrijf heeft de mogelijkheid om zich aan te sluiten op het openbaar leidingwaternet. Daarom is slechts een vijfde van het verbruik afkomstig van leidingwater en een minderheid uit de opvang van hemelwater, oppervlaktewater of ander water zoals recuperatiewater.

‘Grondwater is de voornaamste waterbron bij pluimveehouders’

De keuze voor grondwater heeft echter gevolgen voor de omgeving. Zo zien we in bepaalde regio’s een daling van het grondwaterpeil. Dit zorgt voor een beperking van het afleveren van vergunningen met bovendien een beperkte vergunningstermijn voor het oppompen van diep grondwater. Het Proefbedrijf Pluimveehouderij raadt dan ook aan om rationeel en duurzaam om te springen met water. Daarnaast wordt het ook steeds belangrijker om te kijken naar alternatieve waterwinningen zoals hemelwater en open putwater, bijvoorbeeld als reinigingswater. Je moet er wel rekening mee houden dat deze waterbronnen meestal een slechtere waterkwaliteit hebben dan grond- en leidingwater. De pluimveehouder zal dit water moeten behandelen alvorens te gebruiken in zijn stal. De kosten hiervan zijn afhankelijk van de waterkwaliteit en de situatie op het bedrijf.

water-pluimvee-hooibeekhoeve_gevilt.jpg

 

Kwaliteitsvol water op de leiding 

Kiezen voor kwaliteitsvol water is kiezen voor helder, geurloos en kleurloos water. Wordt het gebruikt als drinkwater? Dan moet het ook smakelijk zijn en mag het geen schadelijke stoffen of verontreinigingen bevatten. Verontreinigingen kunnen immers via het vlees of de eieren een risico vormen voor de voedselveiligheid.

‘Tap zelf water af om de kwaliteit te controleren’

Het Proefbedrijf Pluimveehouderij raadt pluimveehouders aan om zelf de waterkwaliteit in het oog te houden. Dit kan snel en eenvoudig door het aftappen van water aan het begin en einde van de drinklijn. De kwaliteit aan de bron en aan het einde van het drinksysteem blijkt immers in de praktijk vaak verschillend. Laat nadien het water 30 minuten rusten zodat je eventueel bezinksel kan beoordelen. Let op geur, kleur, helderheid en bezinksel. Indien hier afwijkingen zijn, laat je de waterkwaliteit best verder onderzoeken.

 

Waterbehandeling

Bij goed management hoort drinkwater van een goede kwaliteit. Die is niet alleen afhankelijk van de kwaliteit van het inkomende water, maar ook van dat in de leidingen. De waterkwaliteit aan de bron en die aan de drinknippel liggen vaak ver uit elkaar. Beide moeten regelmatig gecontroleerd en aangepast worden.

pluimvee-water_hooibeek_gevilt.jpg

 

Waterkwaliteit inkomend water

Kijk eerst de waterkwaliteit aan de bron na. Indien de chemische of fysische waterkwaliteit niet beantwoordt aan de eisen, kun je een waterbehandeling overwegen. Voor leidingwater en diep grondwater zal in sommige gevallen ontharding of ontijzering nodig zijn. Ondiep grondwater, hemelwater en oppervlaktewater moet je behandelen alvorens je het inzet als drinkwater voor kippen. Verschillende producten en technieken zijn mogelijk voor de ontsmetting van water waaronder chloor, chloordioxide, waterstofperoxide, elektrolyse, UV-straling, hittebehandeling, ozonisatie, omgekeerde osmose. Welke technieken nodig en mogelijk zijn, moet per bedrijf bekeken worden.
Reinigen/ontsmetten leidingen

Het is belangrijk dat de waterkwaliteit ook nog aan het einde van de leidingen goed blijft zodat alle dieren water van voldoende kwaliteit te drinken krijgen. In de leidingen kan namelijk een biofilm ontstaan die kan zorgen voor een hoog aantal bacteriën, schimmels en gisten en voor verstopping van de nippels.

Onderzoekster Nathalie Sleeckx: “Elke pluimveehouder waakt het best zelf over zijn waterkwaliteit. Dit doe je door leidingen regelmatig te spoelen, een waterbehandeling uit te voeren tijdens de ronde en een agressieve behandeling op te starten na de leegstand. De producten die je hiervoor kunt gebruiken zijn chloor, chloordioxide, waterstofperoxide, organische zuren, koperzilverionisatie, ozon, combinatiepreparaten, enz. De werking van vele producten is wel afhankelijk van de pH, temperatuur en/of hardheid van het water. Om de biofilm te verwijderen, kun je de chemische producten combineren met een pulseerapparaat of ultrasone trillingen. Al deze behandelingen zijn uiteraard niet kosteloos. Maak daarom met je dierenarts de juiste afweging tussen het beperken van ziektenrisico’s, de situatie op jouw bedrijf en de behandelingskost.”  

Bron: Proefbedrijf Pluimveehouderij

16.04.15 Als mensen insecten mogen eten, dan dieren ook

Zowel boeren als consumenten zijn het erover eens dat insecten gebruiken als diervoeding een duurzame oplossing is. Het maakt ons minder afhankelijk van het buitenland én we verwerken er afval mee.

Insecten die gekweekt worden op substraten van groenteafval en nevenstromen van de voedingsindustrie en die dan als veevoeder worden gebruikt: de consument en de boer zien het wel zitten. Dat blijkt uit onderzoek van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent.

Uit een steekproef bij 415 landbouwers, betrokkenen bij de landbouwsector en consumenten blijkt dat vijf op de zes ondervraagden (zeer) positief of minstens neutraal staan tegenover insecten als diervoeding. Vooral als het gaat om voeder voor vis, pluimvee en varkens. Als voer voor gezelschapsdieren en runderen zien ze het een pak minder zitten.

‘Dat komt omdat mensen insecten zoals wormen of vliegen beschouwen als de natuurlijke voeding voor vissen en kippen’, zegt Wim Verbeke van de UGent. ‘En we denken dat dieren die iets krijgen dat aanleunt bij hun natuurlijke voeding, er ook beter van worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ondervraagden het voor runderen veel minder zien zitten want die eten volgens ons van nature gras.’

Willen kippen of varkens wel insecten eten?

‘Uit buitenlands onderzoek blijkt dat weinig of geen problemen op te leveren’, zegt Stefaan De Smet van de Vakgroep Dierlijke Productie (UGent). ‘Wij doen nu onderzoek naar hoe goed dat verteerd wordt en in welke mate het de prestaties van de dieren beïnvloedt. En hoe we die insecten – meelwormen en larven van de zwarte soldatenvlieg – precies moeten verwerken tot diervoeding.’

Bron: De Standaard

24.02.15 Het business model achter onze voeding moet anders

“Het business model achter onze voeding moet anders”

Overal ter wereld is er een uitstroom uit de boerenstiel terwijl we landbouwers nodig hebben om gezonde en betaalbare voeding te produceren. Om het tij te keren, is een voedselsysteem nodig waarin iedere schakel in de keten, ook de producent in Noord en Zuid, loon naar werken krijgt. Dat houdt een herdefiniëring in van een ‘correcte prijs’ want ‘de prijs die de consument wil betalen’ is duidelijk te eng. In het boek ‘#SavetheFoodture’ pleiten Gert Engelen en Saartje Boutsen van Vredeseilanden voor nieuwe business modellen voor landbouw en de hele keten die daarvan afhankelijk is. Op basis van hun gesprekken met supermarkten, voedingsbedrijven en boeren identificeerden ze enkele essentiële voorwaarden om duurzame voeding mainstream te maken.

Voor het eerst brengt een publicatie een omvattende stand van zaken van de inspanningen rond duurzame voedselsystemen bij de Belgische retail en voedingsindustrie. In ‘#SavetheFoodture’ gaat bijzondere aandacht naar hun relatie met boeren. Voor supermarkten is dat sowieso een moeilijk verhaal door het gigantisch verschil in omzet en marktmacht in vergelijking met een individuele boer, of zelfs een boerencoöperatie. In de voedingsindustrie erkennen veel bedrijven het belang en ook de wederzijdse voordelen van langdurige relaties met boeren. Vredeseilanden stelde ook vast dat er interesse is om meer werk te maken van transparantie doorheen de keten.

De risico’s (productie, commercieel, financieel) in de voedselketen zijn goed gekend, maar ze zijn niet evenwichtig verspreid doorheen de keten. De retail is vandaag de meest invloedrijke speler. De prijsdruk wordt aangewakkerd door de scherpe concurrentie tussen supermarkten en een consument die het gewoon is geraakt om lage prijzen te betalen voor voeding. Wanneer de inkopers van supermarkten prijsdruk uitoefenen op voedingsbedrijven wordt dat vaak doorgezet tot bij de boeren die doorgaans de zwakste schakel zijn en het meeste risico dragen.

Inmiddels zijn te veel landbouwers afhankelijk geworden van landbouwsubsidies om hun veel te lage inkomen te compenseren. In een duurzaam voedselsysteem kunnen boeren hun boterham verdienen met de verkoop van hun producten. Om tot zo’n duurzaam systeem te komen, zijn ware partnerschappen nodig tussen supermarkten, voedingsbedrijven en landbouwers. Gert Engelen en Saartje Boutsen hebben het in hun boek over ‘connect, collaborate, create and share value’ om aan te geven dat de toekomst zit in samenwerking tussen de verschillende actoren in de keten.

Om een duurzame keten zowel ecologisch, sociaal als economisch te realiseren, draagt elke schakel zijn steentje bij. De producent moet een kwalitatief en rendabel product leveren met respect voor mens en natuur. Voedingsindustrie en retail kunnen werken aan een duurzaam aankoopbeleid waarbij niet enkel de prijs van tel is, maar er ook gekeken wordt naar eerlijke verloning, transparantie, goede werkomstandigheden, ecologische prestaties doorheen de keten, enz. De consument kan via de keuze in zijn winkelkar belangrijke signalen geven. En overheden, tot slot, kunnen zulke dynamieken aanmoedigen, ondersteunen en zorgen voor een fair level playing field.

Over de verregaande veranderingen die nodig zijn om duurzame voeding uit de niche te halen, werd tijdens een ontbijtgesprek op de Plukboerderij in Schelle gepraat met een 40-tal personen uit de verschillende schakels van de voedselketen. Vredeseilanden koos doelbewust voor een plukboerderij. Niet dat Vlaanderen in de toekomst gevoed zal worden door duizenden van zulke kleinschalige CSA-bedrijven, maar de gangbare voedselketen kan wel leren van ‘community supported agriculture’. Communicatieverantwoordelijke Jelle Goossens noemt ‘pre-paid landbouw’, transparantie, de directe band met de consument en risicodeling als interessante kenmerken van CSA.

Vooral transparantie is die voormiddag in Schelle nog meermaals genoemd omdat het op vandaag vrijwel alleen de primaire sector is die voor transparantie zorgt via de vrij consulteerbare studies van de Vlaamse landbouwadministratie. Meer transparantie hogerop in de keten lijkt nodig om te kunnen werken aan meer vertrouwen tussen de verschillende schakels. “Transparantie is de basis. Het creëert begrip en vertrouwen en is noodzakelijk om verticale samenwerkingsmodellen op te zetten”, beaamt Peter Van Bossuyt, directeur van Boerenbond. Hij is zeer te spreken over het boek, onder meer omdat de korte keten niet te simplistisch als zaligmakend naar voor geschoven wordt. “Grote bedrijven en bedrijven die actief zijn in niches opereren naast elkaar, maar de groten kunnen wel lessen trekken uit de niches.”

David Leyssens, directeur van het multi-actornetwerk rond duurzaamheid Kauri, concludeert dat de het prijsmodel voor voeding geen verdere efficiëntiewinsten kan opleveren en er een nieuw model, gebaseerd op de waarde van voeding, nodig is. “Zelfs organisaties die de consument opleiden in de prijzenslag lijken zich daarvan bewust.” Hij hoorde in Schelle ook een pleidooi voor het uitbouwen van menselijke contacten om het begrip in de keten te bevorderen. Het belang van de dialoog tussen schakels in de keten is ook bij Nathalie Guillaume, sustainability manager bij Danone, blijven hangen. Danone brengt dat volgens Guillaume al in praktijk want de eerste producentenorganisatie bij een private zuivelfirma werd eind 2013 in Rotselaar erkend. Ook een multinational als PepsiCo Europe investeert in de relatie met zijn leveranciers. Dat zegt Caroline Charles, die benadrukt dat duurzaamheid wordt meegenomen in het aankoopbeleid van het bedrijf.

Koen Carels, secretaris van landbouwadviesraad SALV, stelt vast dat Vredeseilanden erin geslaagd is om alle actoren samen te brengen. “Niemand wou achterblijven en wie hier vandaag aanwezig is, doet dat niet om alleen maar aan ‘greenwashing’ te doen. Bedrijven die niet met duurzaamheid bezig zijn, zullen dat vroeg of laat tegen zich zien keren.” Joris Relaes, administrateur-generaal van het ILVO, apprecieert aan Vredeseilanden dat ze aandacht hebben voor het sociale en economische aspect van duurzaamheid. En hij keert terug naar de onderzoekssite in Melle in het besef dat de vraag naar een objectief meetmodel van duurzaamheid in de agrovoedingsketen groot is. Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, onderschrijft de tien voorwaarden die Vredeseilanden in het boek naar voren schuift om duurzame voeding mainstream te maken. “Van de enge focus op prijs moeten we evolueren naar een waarde gedreven verhaal rond voeding, waarin de kwaliteit van het product en de goede relaties tussen de verschillende schakels centraal staan.”

“We zijn op een punt gekomen dat we iets moeten doen. Hier in Schelle was er een positieve ‘vibe’ om samen voor een duurzame voedselketen te gaan”, besluit Saartje Boutsen van Vredeseilanden. “De initiatieven die er vandaag al komen vanuit retail en voedingsindustrie zitten vaak nog vast in de niche. Wij schuiven tien pistes naar voor om duurzaamheid door te trekken naar het grote gamma in de winkelrekken. Dat kan door bijvoorbeeld toeleveranciers met duurzame voedingsproducten meer schapruimte te geven of in te zetten op de duurzaamheidsprestaties van huismerkartikelen.”

Tijdens het schrijven aan het boek hebben Boutsen en haar collega Gert Engelen goede relaties opgebouwd binnen de Belgische voedselketen. Nu willen ze een maatschappelijk debat op gang trekken rond de tien pistes voor de toekomst. “En kijken hoe we die in praktijk kunnen brengen.” Door het boek breed te verspreiden, onder andere naar retailers en voedingsbedrijven, wil Vredeseilanden een open klimaat creëren voor de dialoog. Nieuwe rondetafelgesprekken zullen extra impulsen geven en met bedrijven die een voortrekkersrol willen spelen, gaat Vredeseilanden nauw samenwerken om positieve ontwikkelingen te faciliteren.

Meer weten? Lees geVILT ‘SavetheFoodture’ of bestel het boek.

Bron:  Vilt

14.01.15 Einde melkquota brengt uiteenlopende reacties teweeg

Het definitieve einde van de melkquota, dat in april een realiteit wordt, riskeert de melkprijzen zodanig te doen dalen dat heel wat landbouwers er financieel hun broek aan zullen scheuren. “Een rampscenario is zich aan het voltrekken”, waarschuwt Belgisch Europarlementslid Marc Tarabella (PS). Bij de Europese Commissie en de Europese vereniging van zuivelverwerkers (EDA) klinkt een heel ander verhaal. “Melk blijft het komende decennium het witte goud.”

Lees het volledig artikel op Vilt.